UB is voorbij, Tauernhof ook bijna
Hallo allemaal,
Upward Bound is voorbij. Zaterdag was het afscheid nemen. Vandaag is mijn laatste dag in Tauernhof. Morgen om 9.09 uur vertrekt mijn trein uit Schladming. Tijd om mijn laatste weblog in Oostenrijk te schrijven…
Deze keer gingen we zondag al weg. We kregen alleen eten mee voor 2 lunches. Dat betekende dus overnachten in een hut waar eten geserveerd wordt. Wel apart: we moesten ook onze slaapzak en slaapmatje meenemen. Maar zoals gewoonlijk wisten we niet waar het heen ging deze week, zelfs niet waar het heenging deze zondag. Alleen dat we met de bus ergens heengebracht zouden worden. We reden omhoog, richting Ramsau en vandaar liepen we ongeveer 3,5 uur richting Guttenberghaus. Een hut ergens in de bergen, de plek waar we deze nacht zouden overnachten. Het was mistig weer en lopende door de wolken werden we behoorlijk nat. Gelukkig was het lekker warm in de hut. Alleen jammer dat we helemaal geen uitzicht hadden. We bleven de rest van de dag in de hut, hoorden twee devotions en een lecture en deden gezellig spelletjes. Terwijl we in de hut waren had ik tijd om na te denken en ik overdacht mijn weg omhoog naar de hut. Zoals ik al schreef was het mistig. En op een gegeven moment was ik alleen onderweg. Ik kon niemand meer voor mij zien lopen en niemand achter mij zien. Ik wist dat daar mensen waren. Ook wist ik: er is een doel. Ik loop richting een hut. Ik kan het einddoel niet zien, maar ik weet dat het er is. Het enige wat ik zie is het kleine stukje pad voor mij, dat is de weg die ik lopen moet. Niet echt een eenvoudige weg om te lopen. Het heeft stijle stukken en veel stenen en rotsblokken. Het deed mij denken aan de eerste twee teksten van Hebreeen 12: Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grotewolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde,die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen,die vóór ons ligt. Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman envoleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke vóór Hem lag, hetkruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten ister rechterzijde van de troon Gods.
Uiteraard gingen we maandag alweer vroeg op pad. Ik word hier een vroege vogel
Elke dag om half 6 gewekt, om 6 uur ontbijt en dan op pad… We hadden werkelijk een prachtige weg te gaan. Vrij gelijkmatig qua hoogte. Een höheweg, zo gezegd. Dat was gewoon genieten! Ons was verteld te wachten op een specifiek punt tot alle groepen er waren. We zouden daarna met elkaar verder wandelen. Onze groep was als eerste op de verzamelplek en we hadden ruim de tijd om te eten en te relaxen. De wandeling met de hele groep voerde over een paadje in een jagersgebied. Dat betekende: niet praten. Mooi om met een hele groep in stilte verder te wandelen. Ergens midden in het bos moesten we ons neerzetten. Eerst dacht ik nog dat het een pauze was, maar al snel bleek een nieuwe UB-uitdaging op ons programma te staan…
Martin, onze leider, hield een soort devotion over stil zijn, alleen zijn met God en het nemen van tijd daarvoor. Toen kreeg ik langzaam het idee waar het heen zou gaan: de solo-time. Een punt waarvan ik wist dat het ergens op het programma stond. De solo-time, het woord zegt het al, is een bepaalde tijd alleen doorbrengen. In ons geval was dat ongeveer 40 uur. Een avond, een nacht, een dag, een nacht en een morgen. Slik, echt een lange tijd… Ons eten was op dat moment al op en ons werd aangeraden deze tijd te vasten. (In de bijbel wordt regelmatig geschreven over de combinatie bidden en vasten.) We kregen verschillende ideeen aangereikt, dingen die we konden doen in de 40 uur dat we alleen waren. En toen gingen we bepakt met een backpack met alleen het noodzakelijkste en een groot stuk plastic de bossen in, onder leiding van Martin. Hij wees ons een plek aan in het bos dat we voor die tijd het onze konden noemen. Ongeveer 10 bij 10 meter. Ook ik kreeg een prachtig stukje grond. Op deze plek begon ik eerst een schuilplaats voor mijzelf te bouwen, waar ik, in mijn slaapzak, de nacht kon doorbrengen. De slaapplek die mij toegewezen was was al bewoond door mieren. Daarom zocht ik een geschiktere, diervrije plek. Er lag een prachtige boomstronk in de buurt die ik gebruikte om het zeil overheen te spannen, zodat ik een mooie schuilplek had. Tja, en toen had ik niks meer te doen. Tijd om stil te worden en tot rust te komen… moeilijk als je gewend bent altijd mensen om je heen te hebben, altijd dingen hebt om te doen. Natuurlijk neem ik de tijd om stil te zijn. Maar nu had ik echt niks meer te doen, niks! Alleen een bijbel en een opschrijfboekje bij me. Ik begon met het lezen van Kolossenzen, had tijd om na te denken, te genieten van de kleine dingen in de natuur en voor ik het wist kwam alweer iemand langs om mijn water bij te vullen voor de eerste nacht aanbrak. (We hadden namelijk maar 1 liter water bij ons en om daar nu 40 uur mee te doen, dat is een beetje teveel gevraagd. Daarom zou 3x per dag iemand langs komen.) De 1e nacht was ok, een beetje koud, maar niet te gek. ‘s Morgens was het behoorlijk koud, daarom trok ik ongeveer alle kleren aan die ik bij mij had, inclusief handschoenen en een warme muts. Ik probeerde het beetje zon op te zoeken dat er was om op te warmen en d.m.v. heen en weer lopen mijn voeten warm te krijgen. Tussendoor was ik bezig met denken, bidden, bijbellezen e.d. Op een gegeven moment begon het te regenen. Er zat dus niks anders op dan in mijn kleine plasticen tentje te gaan zitten. Net ruimte genoeg om met gekruisde benen te zitten. Intussen was ik zo koud dat ik alleen nog maar daaraan kon denken. Mijn handen waren koud, mijn neus, mijn voeten. Moeilijk om je in zo’n ongemakkelijke situatie te concentreren op waar het werkelijk om gaat. De regen bleef maar stromen, het onweerde ook behoorlijk. Mijn zeil bleek een aantal gaatjes te hebben en het water kwam langzaam naar binnen druppelen. ‘He dat is niet de bedoeling… ik wil de komende nacht ook graag droog slapen…’ Daarom stopte ik alle belangrijke spullen maar in mijn backpack en deed er een regenhoes overheen. Die spullen zouden in elk geval droog blijven. Ik was zo koud dat ik de slaapzak eruit hield. Ik vouwde die klein op en ging er op zitten. Er was ongeveer 50 bij 50 centimeter dat goed droog bleef, daar zat ik dus… Rond het middageten kwam Annegret langs (de instructeur van ons team). Ze zag de situatie aan en beloofde later langs te komen met een extra plastic. Dat was mooi, nu zat ik in elk geval droog en kon ik in mijn slaapzak gaan liggen om te proberen warm te worden. Dat werkte niet echt. Gelukkig kwam Annegret weer langs en beloofde deze keer een extra slaapzak. Ondertussen regende het nog steeds en onweren deed het ook nog. Ik probeerde me te concentreren op bijbellezen en dingen schrijven, en de omstandigheden te negeren. Sommige momenten lukte dat, sommige niet. Ik dacht aan Paulus, dat hij schreef te maken te hebben met zoveel meer dan alleen koudheid, geen eten en weinig slaap (2 Kor.11). En dat hij roemt in zijn zwakheid opdat Christus sterk in hem is (2 Kor 9: 9,10). Het is echt iets wat ik moet leren, om in oncomfortabele situaties de juiste focus te hebben en me niet te laten leiden door de omstandigheden. Ik dacht regelmatig: hopelijk wordt het gauw donker, dan is het tijd om te slapen… Wel het werd uiteindelijk donker. Liggend in twee slaapzakken probeerde ik te slapen. Aangezien ik nog steeds koud was lukte dat niet gelijk. Maar uiteindelijk sliep ik toch nog aardig. Bij de eerste zonnestralen was ik wakker. Heerlijk, de zon scheen weer. Tijd om zo snel mogelijk uit mijn ‘tent’ te komen. Benen strekken en genieten van de warmte van de zon. Spullen opruimen en weer bijbellezen en denken en bidden. Op een gegeven moment hoorde ik geluid achter mij. Ik dacht: raar dat de instructeur via die weg water komt brengen. Ik draaide mij om en 5 meter van mij verwijderd stond een prachtig hert. In een paar seconden sprong het weer weg. Een mooi geschenk! Uit eindelijk kwam er een einde aan de solo-time. Op het verzamelpunt kregen we lekkere warme soep, een broodje en een banaan. Heerlijk om eindelijk weer wat te eten. Echt hongerig was ik niet geweest, ik voelde me waarschijnlijk te koud. Hoewel ik niet hongerig was voelde ik me wel erg slapjes. Ik was niet de enige. Na de maaltijd was het tijd om te vertrekken. Deze dag was ik aan de beurt om LOD (leader of the day) te zijn. Ik kreeg te horen waar we heen zouden gaan en moest de groep veilig naar dit punt leiden. Extra opletten omdat iedereen moe en slapjes was van de afgelopen dagen. Uiteraard vertrokken we weer als laatste. Uiteraard kwamen we weer als eerste aan op de plek van bestemming. Een prachtig bergmeer. We hadden overigens tenten gekregen en eten voor 1 dag. Ik nam een duik in het heerlijke frisse water. Dat is echt zo lekker wanneer je een paar dagen geen tijd hebt gehad om je te wassen
We hadden tijd om te relaxen, te praten met elkaar over onze ervaringen, eten te koken, een teammeeting en een kampvuur. Je kon al voelen dat de nacht koud zou worden, daarom sliepen we (de 4 meiden in onze tent) lekker knusjes tegen elkaar aan. De beste manier om warm te blijven.
… ik stop even… de rest van het verhaal krijgen jullie nog. Ik ga nu genieten van mijn laatste avondje hier. tot gauw.
Hilde
